Help

Snel en correct het passé composé vervoegen

Deze online tool helpt scholieren en studenten om snel het passé composé te vervoegen en de juiste uitgangen van Franse werkwoorden te vinden. Typ een infinitief in om direct een complete tabel met acht werkwoordstijden te genereren, inclusief de juiste hulpwerkwoorden. De ingebouwde naslaglijst bevat 326 veelvoorkomende Franse werkwoorden, zodat je zonder inloggen meteen overzicht hebt.


Hoe kun je een Frans werkwoord vervoegen?

Het opzoeken van een vervoeging werkt in enkele duidelijke stappen via het zoekveld boven de tabel:

  1. Typ het hele werkwoord (de infinitief) in het zoekveld boven de tabel.
  2. Selecteer het gewenste werkwoord uit de lijst met suggesties.
  3. Bekijk de vervoegingstabel die direct verschijnt voor alle personen en tijden.
  4. Pas het tijdenfilter boven de tabel aan om extra werkwoordstijden in of uit te schakelen.

Franse werkwoorden vervoegen in een schema

De tool bevat 326 veelvoorkomende Franse werkwoorden. Bij elk opgezocht werkwoord staan standaard vier basistijden aan: de présent, passé composé, imparfait en futur simple.

Voor uitgebreid grammaticawerk kun je via het tijdenfilter vier aanvullende tijden inschakelen: de plus-que-parfait, conditionnel présent, subjonctif présent en impératif (alleen voor tu, nous en vous). De vervoeging wordt volledig binnen je eigen browser opgebouwd.

Vervoeging van Franse werkwoorden op -er en -ir

Regelmatige werkwoorden worden ingedeeld in drie vaste families op basis van de infinitief: uitgangen op -er (zoals parler), -ir (zoals finir) en -re (zoals vendre). Elke familie krijgt specifieke uitgangen achter de stam.

De uitgangen in de présent zijn voor -er (-e, -es, -e, -ons, -ez, -ent), voor -ir (-is, -is, -it, -issons, -issez, -issent) en voor -re (-s, -s, niets, -ons, -ez, -ent). Kleine spelveranderingen komen voor bij werkwoorden zoals manger (nous mangeons), commencer, appeler en lever.

Vervoeging van avoir en être bij samengestelde tijden

Bij samengestelde tijden zoals het passé composé toont de tool welk hulpwerkwoord vereist is. De meeste werkwoorden vormen samengestelde tijden met avoir, maar werkwoorden van beweging of toestand gebruiken être.

Tot de vaste groep met être behoren aller, venir, arriver, partir, entrer, sortir, monter, descendre, naître, mourir, rester, tomber, retourner, devenir en revenir, evenals alle wederkerende werkwoorden (zoals se lever). Het voltooid deelwoord past zich bij être aan het onderwerp aan.

Franse tijden van werkwoorden overzien

Elke werkwoordstijd vervult een eigen rol in de Franse grammatica. De présent beschrijft huidige handelingen, terwijl het passé composé en de imparfait het verleden verdelen tussen afgeronde gebeurtenissen en achtergrondtoestanden.

De futur simple beschrijft wat gaat gebeuren en de conditionnel présent wat er zou gebeuren. De subjonctif présent drukt twijfel of noodzaak uit na que, en de plus-que-parfait geeft een gebeurtenis aan die voorafging aan een ander verleden moment.


Veelgestelde vragen

Hoe vervoeg je werkwoorden op -er in het Frans?

Je haalt de uitgang -er van het hele werkwoord af en voegt de vaste stamuitgangen toe. In de présent zijn dat -e, -es, -e, -ons, -ez, -ent. Bij werkwoorden zoals manger en commencer passen specifieke vormen hun spelling licht aan.

Wanneer gebruik je avoir en wanneer être bij het passé composé?

De meeste Franse werkwoorden gebruiken avoir in het passé composé. Een vaste groep werkwoorden van beweging of toestand (zoals aller, venir, arriver en partir) en alle wederkerende werkwoorden gebruiken être, waarbij het voltooid deelwoord zich aanpast aan het onderwerp.

Hoe kun je het Franse werkwoord voor 'zijn' (être) vervoegen?

Het werkwoord être is onregelmatig en heeft eigen vaste vormveranderingen per tijd. In de présent luidt het je suis, tu es, il/elle est, nous sommes, vous êtes, ils/elles sont. In de imparfait gebruikt être de onregelmatige stam ét-.

Hoe moet je het Franse werkwoord aller vervoegen?

Het werkwoord aller is onregelmatig en volgt niet de standaardregels van de -er groep. In de présent is de vorm je vais, tu vas, il/elle va, nous allons, vous allez, ils/elles vont. In het passé composé gebruikt aller het hulpwerkwoord être.

Hoe maak je de imparfait in het Frans?

Neem de nous-vorm van de présent, haal de uitgang -ons weg en voeg de uitgangen -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient toe. Alleen het werkwoord être vormt een uitzondering op deze regel met de stam ét-.

Hoe werkt de gebiedende wijs (impératif) in het Frans?

De impératif heeft in het Frans uitsluitend vormen voor tu, nous en vous. Deze worden afgeleid van de présent zonder het voornaamwoord te noemen, waarbij werkwoorden op -er de slot-s in de tu-vorm verliezen.

Hoe kun je Franse werkwoorden effectief oefenen voor een toets?

Scholieren op vmbo, havo of vwo kunnen uitgangen per werkwoordfamilie stampen en onregelmatige werkwoorden uit hun hoofd leren. Door werkwoorden zelf op te schrijven en te controleren met een schema leer je de vormen snel herkennen voor een SO of proefwerk.

Aanbevolen

Help de tools gratis te houden. ✨

Afbeeldingen dienen ter illustratie. Als Amazon-Partner verdien ik aan in aanmerking komende aankopen.